
Je kan nooit genoeg wanten hebben. Ik wordt altijd vrolijk van een paar wanten breien. Ze zijn snel klaar, heerlijk warm, en het perfecte handgemaakte cadeau om te geven tijdens de feestdagen.
In deze tutorial leg ik uit hoe je heerlijke warme wanten kan breien vanaf de vingers. Deze tutorial is goed te volgen voor beginners maar is ook nog steeds super leuk om te volgen als gevorderde.
Het leuke aan dit wantenpatroon is dat ze heel goed op maat gemaakt kunnen worden. Voor het patroon zijn er standaard maten gebruikt maar je kan ze zelf makkelijk, smaller, breder, korter en langer maken. Op verschillende punten in de tutorial vertel ik wanneer je eventueel van het patroon kan afwijken. Het fijne is dat je de wanten kan customizen terwijl je bezig bent zodat ze perfect om je eigen handen passen. Gebruik vooral de standaard maten als je ze aan iemand cadeau wilt doen.
Maten:
- Maat: XS (S) M (L) XL
- Handomvang (boven de duim) (cm): 16 (18) 20 (22) 24
- Totale handlengte (cm): 16.5 (17.5) 18.5 (19.5) 20.5
Stekenverhouding: 22 steken x 29 rijen = 10 cm x 10 cm
Wat heb je nodig?
In deze tutorial gebruiken we wol voor 4 mm naalden. Wanten zijn er om je handen lekker warm te houden, daarom adviseer ik om garen te gebruiken die bestaan uit wol. Wol reguleert en zorgt dat je warme handen behoudt in vergelijk met bijvoorbeeld garen op basis van planten zoals katoen of linnen.
Gebruik je liever dunnere of dikkere naalden, dan is dit zeker mogelijk.
Zet hiervoor wat meer of minder steken op je naald bij de vingers en de duim.
Verder is het vrijwel hetzelfde. Experimenteer er vooral op los!
Materiaal:
- Sokkenbreinaalden 4 mm & 3,5 mm
- Garen voor 4 mm naalden (Het liefst op basis van wol) 150 (150) 200 (200) 250 meter
- Wat draad om steken tijdelijk op te pauzeren
- Steekmarkeerders
- Borduurnaald
Afkortingen
- SSK - Slip slip knit, Haal 2 steken 1 voor 1 af alsof je ze recht gaat breien, steek je linkernaald in de voorkant van de twee steken en brei ze samen door de achterste lussen.
- OM - Sla de draad van onder naar boven om je rechternaald.
- BveA - Meerder een steek door voorin en vervolgens achterin dezelfde steek een rechte steek te breien.
Steken opzetten

Voor het opzetten van de steken heb je twee breinaalden nodig. De ‘Judy’s magic cast on’ methode geeft het mooiste resultaat voor het opzetten van de steken. In deze video zie je hoe dat moet.
Zet in totaal 16 (20) 20 (24) 24 steken op je naalden.
De helft van de steken zit nu aan de voorkant en de andere helft van de steken zit op de achterkant van je werk.
Brei nu eerst een rondje recht, hierbij kan je meteen de steken op de juiste hoeveelheid naalden zetten. Gebruik twee naalden voor de voorkant en twee naalden voor de achterkant.
Markeer het begin van de ronde met een steekmarkeerder.
I.v.m. het gebruik van sokkenbreinaalden schuif ik altijd mijn steekmarkeerder in het gebreide gedeelte bij het begin van de ronde in. Dit geeft genoeg duidelijkheid wat het begin van de ronde is. Een andere mogelijkheid is om het begin van de ronde niet als begin op je naald te hebben maar de steken anders te verdelen over de naalden.
Meerdere bij vingers

Nu willen we gaan meerderen totdat de want helemaal over je hand past, reken hiervoor de duim niet mee.
We gaan steeds twee steken meerdere aan de voor- en achterkant, dus 4 steken in totaal. De voorkant bestaat uit de helft van de steken, en de achterkant bestaat uit de andere helft van de steken.
Brei nu de volgende twee rondes 5 (5) 6 (6) 7 keer of totdat je in totaal 36 (40) 44 (48) 52 steken hebt bereikt:
- Per kant (voorkant en achterkant):
- Voor en achter in de steek breien (BveA), brei tot de laatste 2 steken van de kant, BveA en brei laatste steek.
- Brei recht
Als je de gewenste hoeveelheid steken hebt bereikt is de bovenkant af en kan je nu recht gaan breien.
De bovenkant zou nu netjes over 4 vingers moeten passen.
Het kan zijn dat de pink nog niet bereikt is, maar als je naar beneden zou gaan breien zou deze ook moeten passen.
Vind je hem te smal? Herhaal de 2 rondes totdat je de gewenste breedte hebt bereikt.
Heb je smalle handen, check dan per herhaling van de twee rondes of je al de gewenste grootte bereikt hebt.
Brei nu recht totdat je bij de aanhechting van de duim aankomt. Pas regelmatig je want, zodat je kan zien hoe ver je al bent!
De vingers zouden nu ongeveer 11.5 (12) 12,5 (13) 13,5 centimeter moeten zijn.
Zet je steken over op een los stuk draad of extra naalden, zorg dat je het begin van de ronde gemarkeerd houdt. Knip je werkdraad af met voldoende ruimte om hem straks netjes weg te werken.
Duim
Nu gaan we eerst een losse duim breien om die daarna samen te breien met de rest van de hand.
Voor de duim gaan we vanaf het puntje van de duim kort meerderen en naar beneden breien totdat we op dezelfde hoogte in de hand zijn als de rest van de al gebreide want.
We gaan weer ‘Judy’s magic cast on’ methode gebruiken om de begin steken voor de duim op te zetten.
Zet totaal 6 (6) 8 (8) 10 steken op je naalden.
Brei 1 ronde recht.
We gaan in twee rondes meerderen aan de zijkanten totdat we het totaal aantal steken hebben bereikt.
We gaan steeds twee steken meerdere aan de voor- en achterkant, dus 4 steken in totaal.
Net zoals bij de vingers bestaat de voorkant uit de helft van de steken en de achterkant bestaat uit de andere helft van de steken.

Herhaal deze ronde 2 keer, brei de OM in de volgende ronde door de achterkant zodat ze gedraaid zitten en er geen gaten ontstaan:
- Per kant (voorkant en achterkant):
- Brei 1 steek recht, steek omslaan (OM), brei tot 1 steek van steekmarkeerder, OM, Brei 1 steek.
Brei in de rondte totdat je een duim van 5 (5.5) 5.5 (5.75) 6 cm hebt vanaf de punt.
De duim moet nu uitkomen op dezelfde hoogte als het andere gedeelte van de want waar de andere vingers in gaan.
Duim en hand samenvoegen
Zet de steken van de hand terug op breinaalden.
Heb je niet voldoende 4 mm naalden, gebruik dan tijdelijk de dunnere naalden voor de steken van de vingers. Zorg dat je minimaal een 4 mm naald overhoud om de nieuwe steken mee te breien.
We gaan nu de hand en duim samenbreien. Je draad is als het goed is aan het begin van de ronde van je duim, dit is een van de zijkanten van de duim.
Gebruik de werkdraad van de duim.

Begin met het breien van het gedeelte voor de 4 vingers bij de steekmarkeerder, dus het begin van de ronde. Brei een heel rondje totdat je weer aankomt bij het begin van de ronde. Plaats hier een steekmarkeerder. Brei alle steken van de duim, zorg dat de duim niet gek gedraaid zit. Nu ben je weer bij het begin van de ronde en zitten alle steken aan elkaar vast.
Brei nu 2 rondes alle steken.
Er kan een gat ontstaan tussen de duim en de vingers, dat is niet erg. Straks kan je met het afgeknipte stuk draad dit dichtnaaien tijdens het afwerken van de want.
Nu zit je duim vast aan de rest van de want.
Minderen tot pols

We gaan nu vanaf de duim naar beneden minderen, zodat hij netjes strak om de pols zit. Brei deze twee rondes totdat er nog 2 steken over zijn tussen de twee steekmarkeerders.
- Brei tot de eerste steekmarkeerder. Glij de markeerder over. SSK. Brei tot 2 steken voor de steekmarkeerderBrei 2 steken samen. Glij de markeerder over.
- Brei de hele ronde recht
Heb je brede polsen? Minder dan wat minder steken van de duim, pas hem regelmatig om te kijken of je nog verder wilt minderen.
Als er nog 2 steken over zijn tussen de twee steekmarkeerders brei je recht totdat je de gewenste lengte van de want bereikt hebt, dat zou ongeveer 17.5 (18.5) 19.5 (20.5) 21.5 centimeter moeten zijn.
Het hand gedeelte van de want is nu af!
Pols breien

Om te zorgen dat de want niet gemakkelijk afglijdt gaan we nog een rekbare rand om de pols breien.
Je kan de pols zo lang maken als je zelf mooi vindt. Het is aan te raden minimaal 5 centimeter te breien zodat hij goed om de pols zit.
Verander je sokkenbreinaalden naar de 3,5 mm dikte.
We breien de pols in ribbelsteek. Dit doe je door steeds een steek recht en een steek averecht te breien. Zorg ervoor dat bij elke ronde dezelfde steek wordt gebruikt als de ronde ervoor.
Afhechten
Voor het afhechten van de want gaan we de Italiaanse afkant methode gebruiken. Deze afwerking is rekbaar en het ribbelpatroon gaat erg mooi door.
In deze video zie je hoe dat moet. Hieronder staan de stappen ook uitgeschreven.
Draai je werkdraad minimaal 4 keer om je steken op de naald heen, knip dit daarna af. Pak je borduurnaald erbij en rijg het draad er doorheen.
Rijg een steekmarkeerder door de eerste twee steken (een rechte en een averechte steek).
Herhaal deze stappen totdat je alle steken gehad hebt. Als je bij de twee laatste steken aankomt, gebruik dan de twee eerste steken op de steekmarkeerders als steek 3 & 4:
Steek 1 (rechte steek): Steek de borduurnaald recht in de eerste steek (vanaf de voorkant naar achteren) en laat de steek van de breinaald afglijden.
Steek 2 (eerstvolgende rechte steek) : Steek de borduurnaald averecht in de volgende steek (vanaf de achterkant naar achteren), laat deze steek op de breinaald staan.
Steek 3 (averechte steek) : Steek de borduurnaald recht in de zojuist overgeslagen averechte steek (van achteren naar voren), haal de steek van de naald.
Steek 4 (eerstvolgende averechte steek): Steek eerst de naald tussen de eerst volgende 2 steken. Steek de borduurnaald nu recht in de averechte steek (vanaf de voorkant naar achteren) en laat de steek op de breinaald staan.
Haal de steekmarkeerders uit je steken. Knip je werk los van de bol met een lengte van ongeveer 30 centimeter.
Afwerking

Met de naald kan je het stuk draad netjes door de binnenkant van de want heen weven.
Maak het gat dicht tussen de duim en de andere vingers. Werk ook het begin draad af dat nog bij het begin van de vingers en duim zit.
Nu is het belangrijk nog een want te maken voor een mooi paar! Na het breien kan je ze in een badje warm water met een beetje sop leggen voor ongeveer 30 minuten. Knijp ze daarna goed uit en laat ze plat drogen op een handdoek.
Nadat ze gedroogd zijn, zijn de wanten af en klaar voor gebruik!
Heel veel breiplezier!